Voedingsindustrie

IMG_20150527_192956De voedingsindustrie een spelletje met ons. Op bewerkt voedsel staat op het etiket informatie wat er precies in het product zit. Voor de consument is dat heel handig zodat direct duidelijk is wat in het product zit. Nou ja, dat zou het in theorie moeten zijn.

Op het etiket van een blikje soep kunnen wel 60 ingrediënten vermeld staan. Veel ingrediënten zijn duidelijk zoals tomaten, suiker, ui, zout en witte peper. Dit zijn zaken die we zelf zouden gebruiken wanneer we soep maken. Andere ingrediënten zijn een stuk onduidelijker, zo staat onder meer vermeld: stabilisator (E451 en E542). Na opzoeken blijkt dat E542 beendermeel is en E451 een stof genaamd pentanatriumtrifosfaat. Beendermeel is op zich duidelijk maar pentanatriumtrifosfaat is heel wat onduidelijker.

De stoffen met zo’n E-nummer worden ook wel additieven genoemd. Deze stoffen zorgen dat de eigenschappen als geur, kleur en smaak bewaard blijven. Ze kunnen op het etiket met een E-nummer vermeld staan maar de fabrikant kan er ook voor kiezen de echte naam van de toevoeging te vermelden. Nu zal een fabrikant niet snel kiezen voor pentanatriumtrifosfaat, in dit geval zal dus eerder het E-nummer vermeld worden.

Echter steeds meer consumenten kopen liever geen producten waar veel E-nummers op vermeld staan. Zij zien de E-nummers als chemische voedseltoevoegingen en zijn daar bang voor. Dit is trouwens niet geheel juist, er zijn heel wat stoffen die aan voedsel worden toegevoegd die een natuurlijke oorsprong hebben. Neem bijvoorbeeld pectine in jam. Dit is een natuurlijke stof, komt voor in appels en pruimen, en heeft een E-nummer. Zelfs vitamine C heeft ook een E-nummer en wordt aan voedsel toegevoegd om het langer houdbaar te houden.

Op de angst van de consument springt de fabrikant handig in. Allereerst wordt de verpakking aangepakt met kreten als: ambachtelijk, rustiek, uit eigen keuken. En in plaats van E-nummers wordt een prachtige omschrijving gebruikt. Een voorbeeld: op een blikje knakworst wordt rozemarijnextract vermeld. Dat klinkt natuurlijk goed, heerlijk geurende rozemarijn in de worstjes. Maar je denkt toch niet dat ergens in de worstfabriek iemand rozemarijnblaadjes staat fijn te hakken? Rozemarijnextract heeft een E nummer (E-392) en wordt gebruikt als anti-oxidant. Daardoor is de worst minder snel ranzig. Van rozemarijn smaak zal je trouwens niets proeven. Uit het kruid worden via een chemische weg de anti-oxidante stoffen geïsoleerd. Door dit hele proces is er van smaak en geur niets meer over. Kortom de consument is gefopt.

20150520_151720Wij, als consument, moeten ons niet meer als speelbal van de voedingsindustrie laten gebruiken. Laten we daar zelf iets aan doen. Door geen bewerkt voedsel te eten maar voedsel te kiezen dat is bereid uit verse, eerlijke ingrediënten. Dat betekent wat vaker zelf aan de slag gaan in de keuken. Kost wat tijd maar het eten is (misschien na enige oefening) lekkerder en veel gezonder!

Geef een reactie