Keuzestress bij bonen zaaien

klimbonen

Het is nu hoog tijd om bonen te zaaien. Heb je nog geen bonenzaad gekocht? Het kan nog want de meeste peulvruchten kunnen binnen gezaaid worden tussen half april en half mei. Direct buiten kan vanaf half mei. Geen zin om erop uit te gaan voor één zakje zaad. Je kunt ook kijken of er bonen in huis zijn. Misschien staat er wel een verpakking helemaal achter in je keukenkastje. Met deze peulvruchten kan je ook een poging wagen. Een gekocht zakje bonenzaad bevat gewoon bonen. De peulvruchten die wij eten zijn de zaden van de bonenplant. Nadeel van peulvruchten uit het keukenkastje kan zijn dat niet elke boon tot een plant zal uitgroeien. Daarnaast weet je niet wat voor soort boon het zal worden, is het een klimmer is een laag soort. Maar dat is iets wat vanzelf duidelijk wordt. Wil je geen verrassing dan koop je gewoon de zaden. Wat nog heel ingewikkeld kan zijn want er zijn heel veel verschillende soorten te koop. En dan heb ik het alleen nog over echte bonen dus niet tuinbonen, sojabonen enz. Om keuzestress te voorkomen eerst wat uitleg over de verschillende soorten.

Er zijn zoveel verschillende soorten waardoor het je soms kan gaan duizelen. Spekbonen, pronkbonen, prinsessenbonen, sperziebonen, dopbonenen, droogbonen nog veel meer. Erg verwarrend allemaal. Zou daar het spreekwoord ‘In de bonen zijn’ vandaan komen?

verschillende bonen

Verschil dopbonen en droogbonen

Om te beginnen zijn bonen te verdelen in twee groepen, de dopbonen en de droogbonen. Bij dopbonen is de peul (= de dop) eetbaar. Sperziebonen, ook wel prinsessenbonen genoemd, zijn dus dopbonen. Vaak worden deze soort om de verwarring groter te maken, ook wel slaboon genoemd. Snijbonen zijn ook dopbonen alleen worden deze bij het bereiden in stukjes gesneden. Net zo als spekbonen, alleen zijn die iets zoeter. Bij droogbonen wordt de boon gedopt, dit betekent dat de dop er wordt afgehaald. Wat overblijft is het zaad, de boon dus. Het doppen gebeurt pas als de peul geheel is gedroogd. Het zaad, de boon, is dus ook gedroogd en heet daarom droogboon. Droogbonen kunnen lang bewaard worden. Dat is vooral handig als je het jaar rond zoveel mogelijk uit je eigen tuin wilt eten. En dan zijn er ook nog pronkbonen. Dit zijn makkelijke groeiers en kunnen zowel als snijboon of als droogboon worden gebruikt.

Verschil stokboon en stamboon

Het verschil tussen stok- en stamboon is of de boon laag bij de grond groeit of kan klimmen. Wanneer de boon laag bij de grond groeit, op een klein stammetje, spreek je van stamboon. Deze boon groeit als een klein struikje. Gaat de boon de hoogte in, klimt het bijvoorbeeld langs stokken, dan is het een stokboon. Het klimmen hoeft natuurlijk niet persé langs stokken, het mag ook langs een hek. Wil je snel oogsten dan kies je voor een lage soort. Wil je een klimplant om inkijk (tijdelijk) tegen te gaan op balkon of tuin dan kies je voor klimbonen. Bonen groeien makkelijk in een pot. Drie lage planten hebben genoeg aan een 10 liter pot, 3 klimmers hebben een pot van 20 liter nodig.

Bonen zaaien

bonen in zaaipotjes

Voor je gaat zaaien kan je het beste de bonen een nachtje laten weken in wat water. Zeker als je voor bonen uit het keukenkastje kiest want die kunnen wat moeilijker kiemen. Wil je zeker zijn dat deze zaden kiemen dan kun je ze een dag of wat tussen een natte theedoek bewaren. Al gauw zie je dan verandering in de boon, er verschijnt een kiem uit de boon.. Dan is het hoog tijd om ze in een pot te zetten. Omdat bonen vorstgevoelig zijn kan je beginnen met in huis te zaaien.  Ik zaai ze in kleine zelfgemaakte potjes zodat het binnen niet zoveel ruimte inneemt. Na half mei, wanneer er echt geen kans op nachtvorst meer is, gaan ze buiten de grond in. Het is ook mogelijk de bonen dan direct in de grond te zaaien.

Wil je nog eens lezen waarom bonen gezond zijn, kijk dan op de site van het Voedingscentrum

Geef een reactie